La dolce vita

Wie meer dan een keer in het land van la dolce vita is geweest raakt besmet met het zalig niets doen. Terwijl Amerikaanse toeristen in zo weinig mogelijk tijd zoveel mogelijk culturele attracties bezoeken, slenter ik door de straten van Rome, op zoek naar de beste gelateria en trattoria van de stad. Ik kijk niet op een plattegrond, ik loop gewoon en zie wel waar ik die dag terechtkom. Een bezoekje aan de Sixtijnse kapel komt morgen wel. 

Genieten van een Italiaans ijsje

Toen ik na een paar dagen Rome zag dat mijn vliegtuig drie kwartier later vertrok dan gepland, leek me dat een ideaal moment om nog even van een laatste Italiaans ijsje te genieten. Via allerlei steegjes en omwegen kwam ik bij een gelateria terecht die op de vroege ochtend eigenlijk nog geen wisselgeld in de kassa had om me een ijsje te verkopen. Tien minuten later en een bezoekje aan de buurman loste dat probleem weer op. Genietend van het zonnetje en mijn bolletje stracciatella, wandelde ik terug naar het appartement om mijn koffer op te halen en richting de bushalte te lopen.

Twee uur voor vertrek van mijn vliegtuig

Eenmaal aangekomen op het treinstation van Rome had ik twee opties: met de pendelbus of de metro naar het vliegveld. De volgende pendelbus bleek pas over twintig minuten te vertrekken, dan maar richting metro. Binnen een half uur stond ik op het eindstation, waarna ik nog tien minuten met de bus moest. Maar die kwam pas na twintig minuten. Ik ging rustig op het perron in de zon zitten. Het was inmiddels een uur en drie kwartier voor vertrek van mijn vliegtuig.

Ik kreeg langzaam last van zweethandjes

Aeroporto Ciampino De bus kwam netjes op tijd en er stapten meer mensen in met koffers, dus ik zat sowieso goed. Al snel verscheen op de snelweg de afslag Aeroporto Ciampino. Maar daar reden we langs. En nog een keer. Na een kwartier reden we door de straten van de buitenwijk Ciampino, waar we bij elke bushalte stopten. Ik begon onrustig te draaien en kreeg langzaam last van zweethandjes. Ik zag de minuten verstrijken en de sluitingstijd van de incheckbalie steeds dichterbij komen. Na een half uur stapte de buschauffeur uit om een sigaretje te roken en met een collega van dienst te wisselen. Het zweet gutste inmiddels van m’n voorhoofd.

‘Plankgas!’, riep ik in m’n hoofd

Weer op weg zagen we na een paar minuten de landingsbaan. ‘Plankgas!’, riep ik in m’n hoofd. In plaats daarvan stopte de buschauffeur nog even bij een zigeunerkamp aan de rand van het vliegveld. Vijf minuten later draaiden we de parkeerplaats van het vliegveld op, het leek wel een half uur te duren. Zodra de deuren open gingen vloog ik met mijn koffer naar buiten, nog driehonderd meter tot de ingang van de vertrekhal. Eenmaal binnen zocht ik als een kip zonder kop naar de juiste incheckbalie en zag dat er nog drie mensen in de rij stonden die geen haast leken te hebben. Terwijl ik naar de balie rende, las ik op de informatieschermen dat de vlucht al was begonnen met boarden. ‘Eindhoven?!’, riep ik verhit.

Vloeiend Italiaans

De Italiaanse dame schudde haar hoofd: ‘Domani’. Als ik alleen handbagage had mocht ik nog door de gate, maar bagage inchecken was niet meer mogelijk. Wat had ik op dat moment graag in vloeiend Italiaans flink wat stampij gemaakt, om uiteindelijk toch als een ware diva op het nippertje het vliegtuig in te stappen. In plaats daarvan draaide ik me mopperend om en liep stampvoetend weg. La dolce vita voelde ineens een stuk minder zoet.