Wijngaard in Lessinia, Italië, in de buurt van Verona in de noordelijke provincie Veneto. Het is niet bekend of de mineermot in deze wijngaard voorkomt. Foto © Claudio Giovanni Colombo

In meer dan dertig wijngaarden in de noordelijke Italiaanse provincies Veneto en Trentino Alto Adige, is een nieuw soort mineermot aangetroffen. De larve van de mot eet kenmerkende gangetjes in de bladeren van de wijnstok, waardoor een karakteristiek gat in het blad achterblijft.

Schade

Voor de plaatselijke wijnboeren kan dit op termijn economische schade opleveren. Die dreiging is niet ondenkbaar omdat de mineermot de laatste jaren in grote hoeveelheden wordt aangetroffen. Deze mineermot blijkt ook nog eens een goede smaak te hebben: hij houdt met name van de bladeren van de Chardonnay, Cabernet Sauvignon en Muscat druiven.

Uitbraken in verwaarloosde wijngaarden

'In hoeverre dat tot echte oogstschade leidt is nog moeilijk te zeggen', zegt de Nederlandse onderzoeker Erik van Nieukerken van Naturalis. 'Veel uitbraken waren in verwaarloosde wijngaarden. Maar bij grote aantastingen is schade wel te verwachten omdat vervroegde bladval en bladverkleuring tot een lagere opbrengst zal leiden.' Parasitaire wespen zijn volgens hem de beste remedie kunnen zijn om de populatie van deze schadelijke insecten te in toom te houden.

Verspreiding van de mineermot 'Antispila oinophylla' in het noorden van Italië (bron: ZooKeys). Op de wijngaard met de pijl zijn monsters genomen voor onderzoek.

Van Nieukerken deed samen met Italiaanse wetenschappers onderzoek naar de herkomst van de nieuwe soort mineermot. De Antispila oinophylla (zie foto) werd in 2007 voor het eerst ontdekt in een wijngaard in Valsugana (provincie Trentino-Alto Adige), maar wetenschappers konden de soort niet thuisbrengen. Intussen is duidelijk dat deze soort oorspronkelijk afkomstig is uit de Noord-Amerika.

Per vliegtuig naar Europa

De nieuwe soort mineermot is Antispila oinophylla genoemd, wat letterlijk betekent ´de mot met tegenoverliggende vlekken van wijnbladeren´

Het is onbekend hoe deze soort Europa heeft bereikt. De kleine zakjes van de larven of poppen hechten aan allerlei soorten materialen: stammen, stokken, maar ook afval. Ze kunnen op deze manier makkelijk getransporteerd worden. Ze kunnen lange tijd bij lage temperaturen overleven. Zelfs volwassen dieren zouden per vliegtuig of schip vervoerd kunnen worden.  

Het geslacht Antispila komt ook in Nederland voor, hier kennen we twee soorten die op kornoelje leven.